woensdag 13 februari 2013

Lamanai

Hi beste lezers,

In de avond zijn we in Indian Village en het Lamanai complex. We zoeken een tijdje naar een homestay en komen terecht bij de familie Gonzalez en hun hondje Tina. 's Avonds eten we als enige bij de Las Arquidias, een coƶperatie van lokale vrouwen. Het eten is prima. Een soort pannenkoekjes met kip en kool. We lopen tegen zonsondergang nog even naar het tempelcomplex. Over het pad steekt een hele familie coatimundi's over – een soort wasbeer, maar dan anders. We zien ook een agouti, een knaagdier dat op een heel klein hertje lijkt. De volgende dag zien we nog een trogon, een prachtige rood, groene vogel.

We bekijken we het tempelcomplex bij zonsopkomst. De tempels zijn echt een plaatje en natuurlijk is er ook het bekende speelveld, waar de Maya voetbalden en na afloop offers brachten. Deze is erg klein, dus men twijfelt of deze ook echt zo gebruikt is. In de ochtendzon kijken we vanaf de hoge tempel over de jungle en de brede rivier.

Dan de reis vervolgen en door naar het dorpje Shipyard. Het is weer een uitgestrekt gebied met Mennonieten. Over de wegen rijden weer de paardenkarren. De mannen in zwarte overalls en witte hoeden en de vrouwen in blauwe of groene jurk met sierlijke hoeden. Vaak zitten de kleintjes achter de stoelen. Ook de peuters hebben hoeden op. Als we de mannen groeten, steken ze beleefd hun hand op.
De gewassen staan er weer perfect bij. Je ziet direct dat het hun terrein is.
De boerderijen staan er ook prachtig bij, in mooie strakke stijl en sfeervolle kleur – bijna design huizen. Maar als we stoppen bij een oud huisje, komt er een jonge vrouw naar buiten, Ze wenkt ons en we maken een praatje. Maar het oude Nederduits is moeilijk verstaanbaar. Een jonge hond komt op ons af gerend en na een korte blaf is hij dolenthousiast en smeekt ons om te spelen. De vrouw legt uit dat ze geen eten meer heeft en dat ze de hond wil verkopen voor 50 Belizaanse Dollars (25 US $). Een schijntje voor zo'n super lieve hond – die lijkt op een Labrador. Maar we doen het toch maar niet.

In een druk bezocht winkeltje maak ik een praatje met de zoon des huizes. We praten over het geloof, maar de protestanten kent hij niet. Wel de katholieken en hij zegt: ja, maar die zitten ook over de hele wereld. Hij legt uit dat ze wel kerkgebouwen hebben, vaak een stuk 4 in het gebied. Maar ze vallen niet op. Soms zijn ze wel 13 meter lang. Alle mannen wachten rustig op ons. Niemand heeft haast. Hij wil weten waar we vandaan komen. De Mennonieten schijnen oorspronkelijk uit Nederland te komen. In de afgelopen eeuwen zijn ze steeds verhuisd. Van de VS en Canada, naar Mexico en nu Belize. Ze krijgen de grond van de regering omdat ze zo veel voor Belize produceren.
Is Nederland dan een deel van Duitsland en hoe zit het met de taal? Hij heeft wel eens van Holland gehoord, en zou het wel een keer willen bezoeken.

Ik besluit een Mennonietenhoed bij hem te kopen. Als ik hem opzet en we verder reizen is de wereld ineens heel anders. De verlegen meisjes op de wagens kijken uitgebreid, glimlachen en blozen. De mannen zwaaien nu spontaan. We kunnen zo aansluiten.

Op dit moment slapen we in Gaia Lodge, een kwartier verderop is ook een lodge van de filmregisseur Francis Ford Coppola. Die vinden we toch een beetje te duur. Deze is ook goed genoeg voor ons – superdelux.

Morgen aan we naar het tempelcomplex van Caracol. Niet schrikken: het laatste gedeelte rijden we onder militaire escorte omat het niet altijd veilig is - maar er is al heel lang niets gebeurd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten