woensdag 27 februari 2013

Vissen, vogels en moord

Ha, beste lezers, hier zijn we weer. Nu verblijven we in het Crooked Tree Park. Een vogelgebied bij uitstek. In de verte hebben we de jabiru al gezien - een soort maraboe. Voor ons huisje scharrelen de watervogels naar voedsel en boven ons krijsen de papegaaien.

De afgelopen dagen sliepen we in Sarteneja. Bij de oude George en zijn gezin was het heel gezellig. We zijn samen gaan varen naar zijn stukje grond. Onderweg gevist en naar de manatees (zeekoeien) gezocht. Niet gevonden, maar toch heel mooi. Een witte ibis met rode oogjes, was toch wel heel bijzonder.

Het vissersdorpje heeft maar 1 politieagent in shorts en op slippers. Er gebeurt hier nooit iets crimineels. Het is met zo'n 500 inwoners, stil en afgelegen. Later na een vertrouwelijk gesprek met een andere dorpeling weten we iets meer. We noemen maar geen namen...over zijn oom werd geroddeld over een buitenechtelijke relatie. Hij leende 5$ bij zijn schoonmoeder om te gaan jagen en werd in 1 schot in de mangroves getroffen. De kogel ging er van voren in en kwam er bij zijn rug weer uit. Met zijn handen wijst hij de grootte van het gat aan. Kortom de eerste moord is gepleegd in 1974. In 2000 ging het weer mis. Een creoolse man heeft de zoon van een bekende inwoner vermoord. In stukjes gesneden en geprobeerd te verbranden. Hij was na 4 jaar al weer vrij en woont weer in het dorp. Het is toch een vredig dorpje – overal gebeurt er wel wat, toch?

We wandelen in de ochtend door het Shipstern Nature Reserve. De vlindertuin is indrukwekkend en de muggenaanvallen overdonderend. Zwermen rond ons bezwete hoofd blijven hangen. In de bomen een paar hoogtepunten: een bijzondere toekan (de collard aracari met gekleurde snavel) en de gele volaceous trogon - fantastisch. De montezuma gropendola roept weer enthousiast en voert baltsvluchten uit voor de hangende nesten. Een mooi park met een botanische jungleroute en vriendelijke ontvangst en uitleg.

Als we vertrekken zien we onderweg een aangereden das en twee gieren genieten er van. We staan even stil om te kijken, maar al snel ruiken we iets dat lijkt op een stinkdierachtge 'geur'. Snel verder voordat we de lucht niet meer kwijt raken.

Komende dagen proberen we op een van de onbewoonde rifeilanden te komen. Bij voorkeur de Tobacco Cayes, maar of het lukt weten we niet. Ze zijn moeilijk toegankelijk en het vergt veel planning en geluk. We doen ons best. Er zal dan geen internet zijn.


Nu vallen we in slaap met de roepende vogels en het zachte, maar doordringende geroep van padden en kikkers. Tot de volgende keer!

zondag 24 februari 2013

Het afgelegen Sarteneja

Wel beste mensen, hier zijn we weer. We verblijven nu een paar dagen in het vissersdorpje Sarteneja. Eerlijk gezegd hebben we sinds lange tijd een uitstekende accomadatie. Gisteren sliepen nog in Bermuda Landing, een prachtig Creools dorpje met een homestay programm. Ons gezinnetje met drie kinderen heeft een heel klein huisje en een stromend water. De moeder had heerlijk gekookt en het was er gezellig. Maar het slaapkamertje is nogal benauwd en heet. In de tuin hebben ze twee papegaaitjes en een kolibrinestje met twee hele kleine, witte eitjes. Tegen de avond komen de brulapen naar beneden en eten uit de hand. Een moeder heeft een kleintje van twee maanden oud. Ze worden beschermd door de dorpsbewoners en de landeigenaren. Er is een heel project van gemaakt.

In Sittee River hebben we een kanotocht gemaakt in de avond. De tweede dag was er een insectenplaag en daar zijn we niet ongeschonden vandaan gekomen. Honderden beten en veel jeuk. We slapen in de jungle bij een lief indianengezin in een hoge hut, maar met een beetje pech dus. We hebben er maar niks van gezegd, want ze doen zo hun best voor ons. Als de man het gras snijdt, ontdekt hij een dikke slang. Daar moet hij niets van hebben en als de slang zich in de bosjes verschuilt, besluit hij de boel met benzine in de brand te steken. Maar de slang ontsnapt uit de vlammenzee en de kleine kinderen klimmen uit angst, gillend in een boom. Onderweg zien we ook slangen, waaronder een prachtig fel groen exemplaar.

Onderweg naar Sarteneja komen we een lagune tegen en zwemmen we wat. We weten niet zeker of hier krokodillen zitten, dus kijken goed om ons heen. Gelukkig is het water heel helder.

woensdag 20 februari 2013

De militairen van Guatemala

Tikal noemt zich de hoofdstad van de Mayawereld. Dat is passend want het complex is heel groot en goed in takt. We wandelen er uren rond. Guatemala is wel minder relaxed dan Belize. Zelfs in dit grote Mayacomplex moet je afgelegen plekken mijden of voorzichtig zijn. Er komt soms bandieterij voor. Langs de wegen staan zwaarbewapende militairen die de streek beveiligen. Wat nog het meest bijzondere is, dat de soldaten pubers lijken te zijn. Maar misschien zien ze er gewoon jonger uit.
We rijden naar de oude stad Flores en wandelen daar wat rond. Het is er gezellig.

Vanwege de militaire begeleiding trekken we niet veel verder het land in, maar gaan we terug naar het gemoedelijke Belize. We bezoeken daar het Cockscomb NP. Hier sluipen jaguars rond en het is een waar vogelaarparadijs. Een wandeling van zo'n 8 kilometer doet het goed, zo in de ochtend. We slapen heerlijk in een hutje tussen de vogels. De ranger is een aardige jongen, maar heeft wel vreemde ideeën. Zijn tip: als we 's nachts een jaguar tegenkomen: een beetje met je licht zwaaien, gaat ie vanzelf weg. Zijn andere filosofie is dat leeuwen niet gevaarlijk zijn. Het zijn de beschermers van de mens, die zullen je nooit wat doen.

Nu slapen we in het Mayadorp San Antonio. Weer een vogelparadijs. Een slang van een meter lang, zo dik als een pink en met een groene kop, klimt langzaam een palmboom in. Ze is op zoek naar kleine knaagdiertjes en insecten. Tegen de avond zien we prachtige gele toekans. In het donker eten we samen met een Amerikaans stel en een paar leden van een bekende Canadese rockband uit de jaren 70. Ze vertellen verhalen over de kleurrijke figuren uit de omgeving. Duffy the singer, maar ook bizarre belevenissen met Francis Ford Coppala.

zaterdag 16 februari 2013

Diep in de Jungle: Caracol

Bij de Forest Hill Station tekenen we het register. Hier moet de militaire escorte zijn voor onze veiligheid. Die lijken vandaag een vrije dag te hebben, zodat we zelf in een groepje vertrekken.

Het Caracol complex met de Mayatempels is indrukwekkend omdat het zo afgelegen ligt en toch zo groot is. Wetenschappers schatten dat er zo'n 36.000 bouwsels zijn, waarvan ze ongeveer 5.000 onderzoeken.
Alle rangers dragen wapens omdat hier veel jaguars zitten. In de boomtoppen zien we spidermonkeys en luidruchtige vogels die hangende nesten in de bomen bouwen.
Ze buitelen over elkaar en roepen van alles, bijna menselijke geluiden. Hun vleugels horen we klapperen. Als we hier aankomen, scharrelt er een kleine zwart-witte miereneter langs de weg en verdwijnt in de struiken.
Na een uurtje door de jungle lopen, komen we bij een archeologische vindplaats. Jongeren graven stukje voor stukje af en zeven alle grond. We mogen wel rondkijken, maar geen foto's maken. We mogen hier eigenlijk niet zijn.
Onderweg terug nog even stoppen om te zwemmen Rio on Pools. Rode granieten rotsblokken liggen tussen de stroomversnellingen en watervallen In de poeltjes is het heerlijk dobberen. Wel weer uitkijken voor de jaguars. Boven ons hoofd waakt een eagle.

In de avond komen we in San Ignacio aan. Het stadje is heel gezellig, met in de autovrije hoofdstraat gekleurde houten huisjes en winkeltjes. We eten bij de “master barbecue chef“ van Belize 2012. Voor ons maken vijf Amerikaanse jongens muziek. Ze gebruiken een mondharmonica, gitaar, banjo en zijn gekleed in overall, in cowboy laarzen en grote hoeden op blote voeten. Het zijn enthousiaste twintigers met lange baarden en hoeden op. Het is een apart stel en lijken zo uit de Amerikaanse swamps omhoog gekomen.

woensdag 13 februari 2013

Lamanai

Hi beste lezers,

In de avond zijn we in Indian Village en het Lamanai complex. We zoeken een tijdje naar een homestay en komen terecht bij de familie Gonzalez en hun hondje Tina. 's Avonds eten we als enige bij de Las Arquidias, een coöperatie van lokale vrouwen. Het eten is prima. Een soort pannenkoekjes met kip en kool. We lopen tegen zonsondergang nog even naar het tempelcomplex. Over het pad steekt een hele familie coatimundi's over – een soort wasbeer, maar dan anders. We zien ook een agouti, een knaagdier dat op een heel klein hertje lijkt. De volgende dag zien we nog een trogon, een prachtige rood, groene vogel.

We bekijken we het tempelcomplex bij zonsopkomst. De tempels zijn echt een plaatje en natuurlijk is er ook het bekende speelveld, waar de Maya voetbalden en na afloop offers brachten. Deze is erg klein, dus men twijfelt of deze ook echt zo gebruikt is. In de ochtendzon kijken we vanaf de hoge tempel over de jungle en de brede rivier.

Dan de reis vervolgen en door naar het dorpje Shipyard. Het is weer een uitgestrekt gebied met Mennonieten. Over de wegen rijden weer de paardenkarren. De mannen in zwarte overalls en witte hoeden en de vrouwen in blauwe of groene jurk met sierlijke hoeden. Vaak zitten de kleintjes achter de stoelen. Ook de peuters hebben hoeden op. Als we de mannen groeten, steken ze beleefd hun hand op.
De gewassen staan er weer perfect bij. Je ziet direct dat het hun terrein is.
De boerderijen staan er ook prachtig bij, in mooie strakke stijl en sfeervolle kleur – bijna design huizen. Maar als we stoppen bij een oud huisje, komt er een jonge vrouw naar buiten, Ze wenkt ons en we maken een praatje. Maar het oude Nederduits is moeilijk verstaanbaar. Een jonge hond komt op ons af gerend en na een korte blaf is hij dolenthousiast en smeekt ons om te spelen. De vrouw legt uit dat ze geen eten meer heeft en dat ze de hond wil verkopen voor 50 Belizaanse Dollars (25 US $). Een schijntje voor zo'n super lieve hond – die lijkt op een Labrador. Maar we doen het toch maar niet.

In een druk bezocht winkeltje maak ik een praatje met de zoon des huizes. We praten over het geloof, maar de protestanten kent hij niet. Wel de katholieken en hij zegt: ja, maar die zitten ook over de hele wereld. Hij legt uit dat ze wel kerkgebouwen hebben, vaak een stuk 4 in het gebied. Maar ze vallen niet op. Soms zijn ze wel 13 meter lang. Alle mannen wachten rustig op ons. Niemand heeft haast. Hij wil weten waar we vandaan komen. De Mennonieten schijnen oorspronkelijk uit Nederland te komen. In de afgelopen eeuwen zijn ze steeds verhuisd. Van de VS en Canada, naar Mexico en nu Belize. Ze krijgen de grond van de regering omdat ze zo veel voor Belize produceren.
Is Nederland dan een deel van Duitsland en hoe zit het met de taal? Hij heeft wel eens van Holland gehoord, en zou het wel een keer willen bezoeken.

Ik besluit een Mennonietenhoed bij hem te kopen. Als ik hem opzet en we verder reizen is de wereld ineens heel anders. De verlegen meisjes op de wagens kijken uitgebreid, glimlachen en blozen. De mannen zwaaien nu spontaan. We kunnen zo aansluiten.

Op dit moment slapen we in Gaia Lodge, een kwartier verderop is ook een lodge van de filmregisseur Francis Ford Coppola. Die vinden we toch een beetje te duur. Deze is ook goed genoeg voor ons – superdelux.

Morgen aan we naar het tempelcomplex van Caracol. Niet schrikken: het laatste gedeelte rijden we onder militaire escorte omat het niet altijd veilig is - maar er is al heel lang niets gebeurd.

Terug in de tijd bij de Mennonieten

Hi amigos, en nu naar Little Belize – een Mennonieten dorpje.

Eerst moeten we weer een kreek oversteken met een kabelferry. Er kunnen twee auto's tegelijkertijd op. Een oud baasje doet zijn best om van de ene naar de andere kant te komen. Hij draait aan een ijzeren stuurwiel zodat de ketting rond gaat. Dan slaat het noodlot toe!

De ferry bereikt de oever niet goed, zodat onze voorganger met zijn voorwielen tussen wal en schip raakt. We zijn een uur bezig om los te komen. Van alles wordt geprobeerd en het eindplan is: auto opkrikken, ferry laadbak bijstellen door de kabels aan te spannen, onze auto op het einde van de andere kant van de ferry voor het tegengewicht. En uiteindelijk lukt het. Daarna moeten wij van de ferry af...geen probleem. De mensen bezweren ons dat dit eigenlijk nooit gebeurt.

Little Belize ligt verscholen in de weilanden, ver van de weg. De Mennonieten rijden alleen met paard en wagen, dragen mooie strooien witten hoeden en zwarte overalls. De vrouwen grote hoeden met linten en een degelijke jurk. Alle kinderen zijn heel erg blond. We kopen wat in een heel klein winkeltje. Het zijn 4 gesuikerde bolussen voor 70 eurocent. Er hangt een handgeschreven bordje met “Rind Fleisch”. De mannen spreken er Nederduits en praten heel zachtjes tegen elkaar. Het is te verstaan, maar wel moeilijk. Een jonge vrouw komt boodschappen doen en een vader met twee kinderen koopt koekjes en twee kratten met flesjes Cola. De mensen zijn heel erg verlegen, maar de eigenaar van de winkel praat wel wat en stapt over op gebrekkig Engels.

Als we via Orange Walk naar nog een Mennonietendorp gaan – Blue Creek, dat ligt naast Reinland – zien we dat dat dorp supermodern is. Chris Segers is hier geweest. De boeren zijn rijk, hebben veel land, grote wagens en zelfs ieder een eigen vliegtuig om het land te besproeien. Kortom, erg mooie omgeving, maar niet met de echte Mennonieten met hun paard en wagentjes. Onze Chris schetste op tv toch een heel ander plaatje. Onderweg nemen we lifters mee. Een oma en een opa. Ook nu weer praten ze heel zachtjes en moeilijk verstaanbaar. Als we uitstappen, help ik met de spullen. Opa voelt schuchter in zijn broekzakken voor wat geld. Hij denkt dat hij moet betalen. Maar dat hoeft natuurlijk niet. We praten nog wat en we zeggen dat we uit Holland komen. De oude man glundert en bloost, zo he: Holland.

Nou dat was het weer....nog geen foto's, want de verbinding is supertraag.

Lekker eten in Mexico

Wel beste mensen, we zijn al een tijdje onderweg, maar de internetdichtheid is hier heel beperkt. Dus hier eindelijk een eerste berichtje uit de Gaia River Lodge, in The Pine Forest  Ridge – dicht bij Guatemala.

Eerst een rondje fietsen in de Mexicaanse avond en op weg naar El Camello jr. voor een etentje. Een eindje uit het centrum en als we daar aankomen zit het tsjokvol met lokale Mexicaanse families. Mannen zitten met ontbloot bovenlijf aan tafel en de vrouwen schreeuwen door elkaar. Aan de straat speelt een gitarist en zingt zijn traditionele liedjes. Buiten staan de klanten in de rij. Het is er heel gezellig. Het interieur is door een kunstenaar beschilderd met vissen, frisse blauwe en groene kleuren en natuurlijk een man op een kameel – El Camello. 

We eten ceviche met octopus en garnalen in knoflook. De ceviche is gemaakt van rauwe vis en gemarineerd in citroen of limoensap. Vooraf hoort er altijd tortillas bij met groenten, een frisje en linzenpruree met een beeje room.....Voorzichtig met de saus van habaneros – superhete pepers. Het smaakt voortreffelijk.
De volgende dag komen we met een Beliziaanse gammele bus in het gezellige Corozal aan. Dit is "the last oupost" van Belize en er lopen wel wat arme lui rond die een dollar willen. Een mestizo biedt ons een kokosnoot, een rastaman wil kennismaken en iets onduidelijks en een Mennoniet van een jaar of 35 biedt een zakje zonnebloempitten aan.

We lunchen bij June's Kitchen. Ze heeft drie tafeltjes in de serre van haar. De homecooked meal met verse sinaasappelsap smaakt prima. De nog warme pompoencake is een toppertje als afsluiter. Het restaurantje heeft drie tafeltjes en June praat met een jong gezin. Verrassend om iedereen engels te horen praten met een mix van een soort spaans. Bij het jonge stel is pas geleden ingebroken en de rastajongen vertelt zijn verhaal in geuren en kleuren. Ze zingen bijna en spreken de 'h' niet uit: Ie ad to onk thie orn. Rode draad: thie Policemen didn't even come off his bike!.....

Daarna gaan we door naar Copper Bank – een vissersdorpje. Direct na de stad volgen we een onverharde weg. We nemen een pontje dat met de hand en een kabel wordt voortbewogen. Twee mannen draaien en het wiel en langzaam komen we aan de andere kant. Het is een gammel ding dat vol met roestgaten zit en gelukkig houden de planken ons. Er kunnen toch drie auto's tegelijkertijd op.

Copper Bank is gezellig, maar de omgeving is droog en zout. We rijden door de dichte begroeiing en wandelen wat bij de Cerros Maya tempel.